archieven.jpg

Archief Carl Flesch (1873-1944)

flesch
Het archief Carl Flesch werd in 1992 verworven uit het bezit van Carl F. Flesch, zoon van de violist, en heeft sindsdien enkele aanvullingen gekregen. Het bestaat voor een groot deel uit correspondentie: ruim zevenhonderd brieven, waaronder vele van beroemde collega-violisten als Leopold Auer, Georges Enesco, Fritz Kreisler, Arnold Rosé en Joseph Szigeti; verder van Ernö Dohnányi, Ignaz Friedmann, Artur Schnabel, Pablo Casals, Wilhelm Furtwängler en van andere beroemde en minder beroemde tijdgenoten.

Carl Flesch werd geboren in het Hongaarse Moson (tegenwoordig Mosonmagyaróvár) als zoon van een Joodse arts. Hij kreeg zijn eerste vioollessen op vijfjarige leeftijd; op zijn twaalfde werd hij leerling aan het conservatorium te Wenen, en in 1890 vervolgde hij zijn studie aan het conservatorium van Parijs, waar hij in 1894 de Grand Prix behaalde. In het volgende jaar maakte hij zijn debuut in Wenen en in Berlijn. Van 1897 tot 1903 was hij in Roemenië gevestigd, waar hij hofmusicus was Koningin Elisabeth, les gaf aan het conservatorium van Boekarest en een strijkkwartet leidde. Intussen verwierf hij een grote naam als solist, vooral door een serie van vijf ‘historische' recitals in Berlijn (1905), waarin hij hoogtepunten presenteerde uit het vioolrepertoire van vier eeuwen.

In 1903 aanvaardde hij een aanstelling als docent aan het conservatorium van Amsterdam. Met Sylvain Noach, Hendrik Willem Hofmeester en Isaäc Mossel vormde hij het Amsterdamsch Conservatoriumkwartet. In 1906 huwde hij de Nederlandse Bertha Josephus-Jitta. Bijzonder vriendschappelijke relaties onderhield Flesch met een van zijn collega's aan het conservatorium, de componist en pianist Julius Röntgen.

In 1908 vond Flesch het Nederlands cultureel klimaat te benauwend, en vestigde zich met zijn vrouw in Berlijn. Met Artur Schnabel en Hugo Becker vormde hij een succesvol trio. Sindsdien is hij als docent werkzaam geweest aan de Berlijnse Hochschule für Musik en aan het Curtis Institute in Philadelphia. Grote internationale aantrekkingskracht hadden zijn zomercursussen in Baden-Baden (1926-34).

In 1934 werd duidelijk dat hij niet langer in Duitsland kon blijven, en verhuisde de familie naar Londen. Tijdens een tournee in Nederland in 1940 werd het echtpaar verrast door de Duitse invasie. Ze leidden een onzeker bestaan tot 1942-43, toen ze eerst tot Hongarije en vervolgens tot Zwitserland werden toegelaten. Daar aanvaardde Flesch een aanstelling als docent aan het conservatorium van Luzern. In deze stad overleed hij in 1944.

Flesch was niet het type van de romantische virtuoos; zijn grote techniek was ondergeschikt aan zijn respect voor de klassieke traditie. Door zijn rationele en analytische benadering van het vioolspel is hij een van de meest succesvolle leraren geweest; onder zijn leerlingen zijn Max Rostal, Szymon Goldberg, Henryk Szeryng, Ida Haendel en Ginette Neveu. Zijn didactische publicaties, waaronder ‘Die Kunst des Violinspiels' (1923), zijn standaardwerken. Zijn memoires (tot 1928) zijn uitgegeven onder de titel ‘The memoirs of Carl Flesch' (1957, Duitse editie 1960).

De zoon van Carl Flesch, Carl F. Flesch (1910-2008), woonde sinds 1933 in Londen en was werkzaam in het verzekeringswezen. Hij heeft zich intensief bezig gehouden met de nalatenschap van zijn vader, o.m. door uitgave van zijn werken; ook was hij betrokken bij de oprichting van de International Carl Flesch Violin Competition in London in 1946. Zijn persoonlijke herinneringen aan zijn vader en de vele musici die hij van nabij heeft gekend heeft zijn beschreven in "And do you also play the violin?" (1990). Hij publiceerde nog enkele andere boeken, waaronder "Where do you come from?": Hitler refugees in Great Britain then and now (2001), en op zijn vakgebied Makler werden ist nicht schwer: Ein Blick hinter die Kulissen der Versicherungswelt (1996; Engelse editie onder de titel Inside insurance).

Archief »