archieven.jpg

Ignace Lilien (1897-1964)

Ignace (Ignacy) Lilien is in 1897 geboren in Lemberg (Lviv, destijds onder Oostenrijks bewind) als zoon van een bankier. In zijn geboortestad heeft hij les gehad van de pianist Theodor Pollak. In 1914 bezocht hij Nederland tijdens een Europese fietstocht. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog genoodzaakt in Nederland te blijven, heeft hij chemie gestudeerd in Delft. Van 1922 tot 1962 is hij als textielingenieur in dienst geweest van de Fabriek van Chemische Producten (FCP) in Pernis (Rotterdam).

Uitgezonden door de FCP, woonde hij van 1927 tot 1938 met zijn Nederlandse vrouw in Reichenberg (Liberec, in Tsjechië), waar hun twee zoons geboren zijn. Vermoedelijk in deze periode heeft hij compositieles gehad van Josef Suk in Praag. In 1938 keerde hij naar Nederland terug. Gedurende de oorlogsjaren woonde hij in Apeldoorn en is ondanks zijn Joodse afkomst aan de vervolging ontsnapt. Hij componeerde er een groot aantal liederen op Nederlandse tekst, daaronder 'De Ballade van Westerbork' (1943). Sinds 1945 heeft hij in Den Haag gewoond.


lilien-2

Liliens liederen en liedcycli, veelal op eigen tekst, zijn van een grote spontaniteit en sterke emotionele geladenheid, met een vrij gebruik van diverse stijlmiddelen. Latijnsamerikaanse elementen zijn te vinden in de ‘Modern times sonata’ (1935) voor viool en piano, en in het orkestwerk ‘Les Palmes dans le vent’ (1950), dat hij schreef tijdens zijn eerste bezoek aan Zuid-Amerika. Tijdens de drie Zuid-Amerika-reizen die hij in opdracht van de PCM maakte was hij ook in de gelegenheid concerten te geven en muzikale contacten te leggen.

Ondanks zijn dubbele loopbaan heeft Lilien een omvangrijk en zeer persoonlijk oeuvre opgebouwd. Onder de orkestwerken zijn vier symfonieën; van de werken voor solo-instrument en orkest zijn de ‘5 Nocturnes pour piano et orchestre’ het meest bekend geworden, mede door de uitvoeringen door Liliens jeugdvriend, de pianist Stefan Askenase. Liliens oeuvre omvat ook twee opera’s: ‘Beatrijs’ (naar H. Teirlinck, opgevoerd in Antwerpen en Brussel in 1928, in Gent en Den Haag in 1956) en ‘The Great Catherine’ (’Die grosse Katharina’, naar G.B. Shaw, première Wiesbaden 1932). Uit veel werken (zoals de schoolcantate ‘A negro girl goes to school’, 1959) spreekt zijn sociale bewogenheid. Hij overleed in 1964 in Den Haag.

Archief Ignace Lilien »