archieven.jpg

Adrianus Cornelis van Leeuwen (1887-1991)

Adriaan Cornelis van Leeuwen kreeg zijn eerste muzieklessen in zijn geboorteplaats Oudewater van de plaatselijke organist, die tevens dirigent van de muziekvereniging was. In dit orkest speelde hij bugel. Tijdens zijn militaire dienst verbleef hij in Arnhem, waar hij cornet en viool speelde in het Muziekkorps van het Achtste Regiment Infanterie. In dezelfde periode had hij theorie- en compositieles van P.A. van Westhreenen, Marius Adrianus Brandts Buys jr. en van de organist A.C. Christiaans.

In 1923 werd Van Leeuwen cornettist bij de Koninklijke Militaire Kapel in Den Haag, en in 1933 tweede dirigent van hetzelfde orkest. Ook was hij solotrompettist in het orkest van De Nederlandse Opera en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In 1936 behaalde hij het diploma kapelmeester. Daarna werd hij dirigent van het Muziekkorps van het Zesde Regiment Infanterie te Breda. Vier jaar later, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, werd het muziekkorps ontbonden en ging hij met pensioen.

Na zijn pensionering vestigde Van Leeuwen zich in 1945 opnieuw te Arnhem, waar hij voornamelijk werkzaam was als dirigent van harmonie- en fanfareorkesten in de regio. Tot op hoge leeftijd (hij werd 103 jaar oud) hield A. C. van Leeuwen zich bezig met componeren en arrangeren, met name voor fanfare- en harmonie-orkest.

Voor zijn promotie van de Franse muziek werd hij onderscheiden met de orde van Officier de l’Académie Française. Ook was hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Archief Adriaan C. van Leeuwen »