maria_taglioni_kriehuber.jpg

Marie Taglioni (1804-1884): A life on toe tip

 

5. Een menuet en een cachucha

 

Enkele voorwerpen in de NMI-collectie kunnen in verband gebracht worden met momenten in Taglioni’s loopbaan. Een paar castagnetten herinnert aan een minder prominente kant van haar danskunst, en tegelijkertijd aan een geruchtmakende episode in haar carrière. Terwijl Taglioni zonder uitzondering wordt beschreven als kuis en etherisch, had ze spoedig een rivale die tegengestelde kwaliteiten belichaamde. Fanny Elssler, geboren in Wenen in 1810 als dochter van Joseph Haydns bediende Johann Elssler, was in 1822 een lid van het corps de ballet tijdens Marie Tagloni’s debuut. Twaalf jaar later haalde Véron haar en haar oudere zuster Therese naar Parijs en bood het publiek een interessant alternatief voor Taglioni. Terwijl Taglioni zich toelegde op de ontkenning van de zwaartekracht, scheen de energieke stijl van Elssler, met een opmerkelijk taqueté, snelle geaccentueerde bewegingen, een vreugdevolle bevestiging van onze aardsheid. Taglioni was aanwezig bij haar Parijse debuut:

Mlle Elssler is zeer in de smaak gevallen. We hebben hulde gebracht aan een zekere perfectie in de vlugheid waarmee ze de zeer snelle bewegingen (temps précipités) uitvoert die karakteristiek zijn voor haar dansstijl; niettemin is dit een stijl die het lichaam zijn gratie ontneemt.[1]

Een criticus als Gautier kon zijn hart ophalen aan het spectrum van contrasten waarmee de sensuele Elssler kon worden vergeleken met de etherische Taglioni.

Mlle Fanny Eissler is heden ten dage op het hoogtepunt in de ontplooiing van haar talent; [...] zij is de danseres voor mannen, zoals Mlle Taglioni dat was [1838!] voor vrouwen; ze heeft elegantie, schoonheid, een onverschrokken en uitgelaten energie, een dolle geestdrift, een stralende glimlach, en daarbij een uitstraling van Spaanse levendigheid getemperd door haar Duitse naïviteit, die van haar een zeer charmant en zeer aanbiddelijk schepsel maakt.

Men zou het zo kunnen zeggen: Mlle Taglioni is een christelijke danseres, Mlle Fanny Elssler een heidense danseres.[2]

Zoals La Sylphide Taglioni een ‘iconische’ rol verschafte, is Elssler vooral geassocieerd met Le Diable boiteux (1836). Hierin kwam een Spaanse dans voor, een cachucha (verwant aan de bolero), uitgevoerd met castagnetten. In 1838 kreeg Elssler onder protest van de ‘Taglionisten’ de rol van Sylphide toebedeeld; daarna begaf ze zich nog verder op Taglioni’s terrein door ook La Fille du Danube op haar repertoire te nemen. Taglioni sloeg in hetzelfde jaar terug met een Spaanse dans in La Gitana, waarvoor waarschijnlijk de hier afgebeelde castagnetten gebruikt zijn.[3] Dat Elssler weinig later een ballet danste met de titel La Gypsy schijnt toeval te zijn geweest.

Een ander paar castagnetten van Taglioni (misschien het bijbehorende) wordt bewaard in het Parijse Musée de l’Opéra. Vaillat zag ze “niet zonder ontroering”, en merkte op dat ze “met nogal kwaadaardige opzet” naast die van Elssler gelegd waren.[4] Gevoelens van partijdigheid en rivaliteit worden door biografen soms nog lang na de dood van hun idolen gekoesterd.

Tekst: Lodewijk Muns

fannyelssler

Fanny Essler danst de cachucha in
Le diable boiteux. Lithografie naar Alexandre Lacauchie (ca. 1840), naar een sculptuur van J.A. Barre (1837)

lagitana2


Marie Taglioni in de Spaanse dans
in
La gitana. Lithografie naar
Jules Bouvier (ca. 1840)

(Photo © Victoria and Albert Museum, London)

taglionicast

Taglioni's castagnetten
(Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)

Een paar dun leren handschoenen draagt het grotendeels verbleekte opschrift: Handschoenen gedragen op 8 April 1835 door Mlle Taglioni voor het dansen van het menuet met M. Vestris [...].[5] De gelegenheid was een benefietvoorstelling voor Marie; het programma omvatte het nieuwe ballet Brézilia (Brézila), een scène uit de opera Gustave met de gezusters Elssler in een pas de deux, en Taglioni die in rococokostuum een menuet en gavotte danste met de vijfenzeventigjarige coryfee Auguste Vestris.[6]

Jules Janin, die een recensie schreef over die avond, bleek de ouderdom even vijandig gezind als de mannelijke danser:

[...] ik behoor niet tot diegenen die genoegen scheppen in dat pijnlijke schouwspel van een ouderling die aan zijn tachtig jaren ontrukt het bevel krijgt: Vermaak ons! [...] Maar zie nu dit oude overschot van Vestris! [...] Hoe goed ziet men dat hem iets is bijgebleven van de omgang met grands seigneurs! Vestris kent de grands seigneurs uit ervaring zoals Mlle Taglioni ze kent door intuïtie. Vestris kwam opdagen in een kostuum vol borduurwerk en verguldsel, de knieën straf gestrekt, gewichtig en serieus als een man op weg naar de brandstapel; hij maakte nog even zijn entrechat-je en zijn gambade, en na die verrichtingen wierpen enkele brave zielen hem bloemen toe: Sit tibi terra levis! [7]

Volgens Le Constitutionnel werden de bloemen opgeraapt door Taglioni en door haar “in alle bescheidenheid aangeboden aan de oude Saturnus van de dans”. Volgens Fanny Elssler echter nam het gebeuren een ietwat onaangename wending. In de navertelling door Ivor Guest:

Taglioni's friends had planned an extraordinary tribute. At the end of the minuet, and before the final galop, it was proposed that the corps de ballet would circle the stage in a dignified procession while Vestris placed a crown on Taglioni's head. There was considerable opposition to this, but Véron refused to intervene. So a plot was hatched, and when the great moment came for Vestris to perform the crowning, the orchestra suddenly broke into the music for the galop. The corps de ballet was galvanized into action, and Vestris and Taglioni had to make a hurried exit as best they could. [...] There were some who believed that Véron himself had instigated the incident in order to preserve the peace and prevent a demonstration on the stage.[8]

6. Bric à brac »


[1] Vaillat 1942, p. 272; vgl. Guest 1966, p. 135
[2] Gautier 1859 T. 1, p. 176
[3] Volgens de ‘oude’ MGG danste Taglioni een seguidilla-jalcadas (artikel Tanz, Musik in Geschichte und Gegenwart, p. 73422)
[4] Vaillat 1942, p. 301; vgl. Levinson 1929, p. 80.
[5] Voor Hippolyte Meynadier, zie hst. 6, en voor verdere details de inventaris.
[6] Guest 1966, p. 138
[7] Journal des Débats, 13-4-1835. Het zwaar aangezette sarcasme in deze recensie schijnt Ivor Guest te zijn ontgaan ("Jules Janin was lost in admiration", p. 139); veelzeggend is dat Janin begint met een soort litanie op de recette van de avond ("Vingt-cinq mille francs à Mlle Taglioni pour un menuet!")
[8] Le constitutionnel, 13-4-1835; Guest 1966, p. 139.

taglionigloves2

"Gants mis le 8 avril 1835 / par Mlle Taglioni / pour danser le menuet /
avec M. Vestris / Donnés par elle 
à son / ami Hippolyte Meynadier /
le 25 avril 1835 / Marie Taglioni"
(Taglioni
Coll., NMI, The Hague)