maria_taglioni_kriehuber.jpg

Marie Taglioni (1804-1884): A life on toe tip

 

6. Bric à brac

 

De overige woorwerpen in deze verzameling duiden op aspecten van Taglioni’s leven die niet in direct verband staan met haar carrière. Twee waaiers dateren van voor haar geboorte. Waaiers behoorden natuurlijk tot de uitdossing van dames in de ‘betere’ standen en waren een geliefd relatiegeschenk. Meyerbeer deed Taglioni na de première van Robert le diable een waaier cadeau met een afbeelding van de nonnenscène.[1] Het hanteren van de waaier behoorde tot de sociale vaardigheden waarin Taglioni onderricht gaf tijdens haar Londense jaren (de jaren 1870). Volgens de memoires van een van haar leerlingen:

The fans were very carefully chosen by her & also each fan examined separately by her personally. [...] It was very difficult to satisfy Madame Taglioni who was a genius when handling a fan. I fear few of us came up to the mark. Making a curtsy while manipulating a fan à la Taglioni was no joke.[2]

Ze ontwierp ook een dans waarin waaiers een rol speelden:

Each danseuse held a fan, of moderate size, a different colour each side of the fan. The fans were arranged to represent a rainbow, & the whole ballet carried out this idea. When the ballet reversed their fans, the orchestra stopped for a second, so that you only heard the reversing fans, like the gentle rustle of the wind. Mme Taglioni had great trouble to get the ballet to use their fans as she intended - & no wonder, for a fan in her hands looked like a living thing, like a fluttering bird.[3]

Een van de waaiers draagt het opschrift The New Egyptian Dance Fan for 1799; hij bevat vijftien deuntjes samen met instructies voor de dans. Waaiers bedrukt met actuele danswijsjes schijnen een Londense mode van de jaren 1790 geweest te zijn. Enkele van de danswijsjes op deze waaier verwijzen naar recente politiek-militaire gebeurtenissen tijdens de Brits-Franse oorlogen en de Ierse Opstand van 1798. ‘Egyptisch’ verwijst naar Napoleons mislukte campagne in Egypte.

Tekst: Lodewijk Muns


"The New Egyptian Dance Fan for 1799"

(Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)

 

"Air de Raoul de Créqui" (ca. 1790)
(Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)

De andere waaier is versierd met een opera-scène en twee fragmenten uit de partituur en het libretto. Hoewel de titel en componist niet vermeld worden, is het niet moeilijk het werk te identificeren. Raoul, sire de Créqui is een werk van Nicolas Dalayrac (1753-1809) uit 1789. Een datering van deze waaier van rond 1790 is ook op grond van de vormgeving aannemelijk. Misschien is het relevant dat Salvatore Viganò naar deze opera in 1791 een ballet maakte, want een ander voorwerp in deze verzameling verwijst direct naar deze beroemde choreograaf. Dit is een gedenkpenning, met aan een zijde de geketende Prometheus en de adelaar, op de andere zijde een opdracht aan “de onvergelijkbare choreograaf Salvatore Viganò,” van “de bewonderaars der schoonheid”, ter herinnering aan de opvoeringen in Milaan van Viganò’s Prometeo (1814), Mirra en Psammi (1817). Prometeo was een revisie en uitbreiding van het ballet dat hij in 1801 in Wenen creëerde op muziek van Beethoven, Die Geschöpfe des Prometheus. Dat Filippo Tagliono in 1813 als primo ballerino deel uitmaakte van Viganò’s gezelschap en in Prometeo de rol van Mars vertolkte zal vermoedelijk geen toeval zijn.[4] We kunnen veronderstellen dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit zijn bezit.

Prometheus. Penning ter herinnering
aan Salvatore Viganò's ballet Prometeo (Milaan, 1817) (Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)


Het laatste voorwerp dat hier besproken wordt, een gehaakte sjaal, werpt enig licht op de herkomst van de collectie. Een briefje in het handschrift van Marie Taglioni toont aan dat zij dit handwerk cadeau heeft gedaan aan een Monsieur Meynadier: “Mijn beste M. Meynadier, hier is uw das (cachenez). Ik hoop dat U hem met evenveel plezier zult dragen als ik had toen ik hem maakte. Duizend vriendelijke groeten, Marie Taglioni, Dinsdag."

We kennen de ontvanger bij voornaam door de opdracht op de handschoenen (hst. 5). Hippolyte Meynadier kan geïdentificeerd worden als Gabriel-Louis-Hippolyte Meynadier, Baron de Flamalens, auteur van een studie over stadsplanning in Parijs (Paris sous le point de vue pittoresque et monumental, 1843). Aangezien hij ook wordt aangeduid als ancien chef du bureau des théâtres au département des Beaux-Arts[5] kunnen we er zeker van zijn dat hij de Baron Meynadier is die in Vaillats biografie optreedt als secretaris van Vicomte Sosthène de La Rochefoucauld, intendant van de koninklijke theaters. Deze Baron Meynadier nam de Taglioni’s bij hun aankomst in Parijs in 1827 mee naar de Opéra om de dansers te zien optreden. Nieuwsgierig wat voor type rol zij danste, vroeg hij haar bij elk van de dansers: Is dit uw genre? - waarop hij steeds een ontkennend antwoord kreeg. Over de ster van het gezelschap, Lise Noblet, zei hij niets; “dat die vergelijking zou kunnen standhouden kwam niet in hem op.” Vaillat gaat dan voort:

Door baron Laflèche belast met de taak om bij zijn terugkeer uit Stuttgart voor Mlle Taglioni schoeisel te zoeken, zag hij geen andere optie dan Mlle Noblet naar het adres van haar schoenmaker te vragen.
- Voor wie vraagt U dat?
- Voor een jonge danseres van wie men zegt dat ze zonder gelijke is en die het meest ravissante voetje ter wereld heeft.
Meer was niet nodig om het ongenoegen te wekken van Mlle Noblet, toen ster van de Opéra
.[6]

taglionimeynadier

Marie Taglioni aan Hippolyte
Meynadier (ca. 1865?). "Mon cher / Monsieur Meynadier, / voici votre cachenez. / Je désire que / vous le portiez avec / autant de plaisir / que j’en ai eu à / le faire. / Mille amitiés / Marie Taglioni / Mardi." (Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)

In het NMI zijn nog zeven andere briefjes van Taglioni aan Meynadier bewaard. Alle schijnen uit de jaren 1860 te dateren; de meeste bevatten informele uitnodigingen om een theater te bezoeken.[7] Het is waarschijnlijk dat Meynadier de meeste objecten in deze collectie als aandenken ten geschenke heeft gekregen. De schoentjes die Taglioni door zijn bemiddeling had verkregen zouden een van de eerste van die attenties zijn geweest.

Taglioni’s passie voor naaldwerk is bekend. Sarah Woodcock schrijft:

As surviving examples of her needlework and knitting bear witness, Taglioni was an exceptionally neat and meticulous but practical person. Her work was of the highest quality and her knitting as fine as any machine knitting of today. She had a particular liking for baby knitting, and several pairs of bootees survive. She brought to teaching, to her needlework and to her daily routine, the same attention to detail and application that had distinguished her stage career and doubtless she expected the same standards from others.[8]

Hoewel dit nu vergeten schijnt te zijn, heeft Taglioni’s handwerk zelfs zijn neerslag gevonden in lexica: een Duits woordenboek uit 1863 bevat een lemma Taglionishawls, met de verklaring: “Sjaals genoemd naar Marie Taglioni; zijn gemaakt van wol in open traliewerk.”[9] Als we denken aan Filippo’s voorliefde voor pas de shals in zijn choreografieën, en de fatale rol die dit voorwerp speelt in de plot van La Sylphide, is misschien ook Taglioni’s breiwerk een herinnering aan haar danskunst.

Bronnen »


cachenez

Sjaal vervaardigd door Marie Taglioni
(Coll. Taglioni, NMI, Den Haag)

[1] Vaillat 1942, p. 180
[2] Woodcock 1989 Part 1, p. 16
[3] Woodcock 1989 Part 1, p. 18
[4] Winter 1974, p. 191. Een afbeelding van een ander exemplaar van deze penning, met beschrijving, in Curren 1986. Zie de inventaris voor een meer uitgebreide beschrijving van de waaiers, de penning en andere voorwerpen.
[5] Zie Guillaume Le Gall: Paris, objet d'histoire.
[6] Vaillat 1942, p. 120-121
[7] Zie de inventaris.
[8] Woodcock 1989 Part 1, p. 68
[9] Pierer's Universal-Lexikon, Bd. 17, p. 205 (Altenburg 1863)